Bittervoorn

De kleine Modderkruiper

 

De kleine Modderkruiper behoort tot de orde der eenstraligen en komt voor in Europa en Azië. Hij wordt zo'n 11 cm lang en heeft een langgerekt lichaam met 6 voelsprieten op de bovenlip, onder de ogen heeft hij een stekeltje dat kan worden opgericht bij dreigend gevaar. De kleur van dit visje is geelbruin met donkerbruine vlekken en strepen.

Hij voedt zich met kleine bodemdiertjes waar hij vooral s nachts op jaagt, gedurende de dag graaft hij zich vaak in in de modder. De eieren worden in April en Mei afgezet op waterplanten.

Stichting Flora en Fauna Bescherming

Vissen

Weesp is gelegen in een waterrijk gebied, de Vecht met zijn zijarmen, het Amsterdam-Rijnkanaal het Smal-Weesp en de vele sloten en waterpartijen vormen een uitstekend leefgebied voor deze koudbloedige dieren.

 

De vele rietoevers vormen goede schuilmogelijkheden en de vijvers die in open verbinding staan met groter water zijn omdat het water er rustig is prima paaiplaatsen waar de vissen hun eieren afzetten, zo is de vijver aan de Draaierschans uitermate geschikt als paaiplaats door de aanwezigheid van de rietruigtes en verlandings-zones.

 

Naast veel algemene soorten komen er in Weesp ook bijzondere soorten voor zoals de Bittervoorn, de Kleine Modderkruiper en de Rivierdonderpad.

 

( Wilt u de foto's groter bekijken? Klik op een foto (via het pijltje ( > ) onderin dat scherm kunt u alle foto's op deze pagina achtereenvolgens bekijken. Om terug te gaan naar deze pagina klikt u op het kruisje links boven. De benaming/soort staat daar boven in dat scherm. )

 

Bittervoorn

De Bittervoorn

 

De Bittervoorn behoort tot de karperachtigen en komt alleen voor in zoet water, het visje is zo"n 10 cm lang en heeft zilverkleurige schubben.

In de paaitijd krijgt het mannetje een bont bruiloftskleed: groene zijstrepen, oranje buik en een rode aarsvin. Het mannetje zoekt een geschikte zoetwatermossel en verjaagt de andere mannetjes uit zijn territorium. Wanneer het wijfje gelokt is steekt zij haar legbuis in de mantelopening van de mossel en zet daar dan haar eitjes af, het mannetje stoot vervolgens zijn zaadcellen uit die dan door de ademstroom van de mossel naar binnen worden gezogen.

Als de eitjes zijn bevrucht ontwikkelen zij zich in de mossel, veilig voor vijanden en verzekerd van voldoende zuurstof door de ademstroom van de mossel. Na ongeveer 4 weken verlaten de jonge visjes de mossel.

Rivierdonderpad

Rivierdonderpad

De Rivierdonderpad

 

De Rivierdonderpad behoort tot de orde der baarsachtigen en komt voor in stromend water in bijna geheel Europa, Siberië en Klein-Azië. Hij heeft een bijzonder grote kop in verhouding tot de rest van zijn lichaam, de kleur is grijsbruin met donkere vlekken. Dit nachtdier verschuilt zich tussen de stenen, loerend op visjes en wormen.

De vrouwtjes leggen hun eieren in kuiltjes op de bodem en de mannetjes bewaken het nest gedurende 4 tot 5 weken totdat de eitjes uitkomen.

kleine Modderkruiper

kleine Modderkruiper

Copyright © Stichting Flora en Fauna Bescherming Weesp