Stichting Flora en Fauna Bescherming

Soort bescherming

De Stichting tracht soorten te beschermen op o.a. de volgende wijze;

 

- bij ingrepen in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en bij werkzaamheden binnen het kader van beheer& onderhoud inventariseren wij welke soorten er in het plangebied voorkomen en of er schadelijke effecten optreden voor de soorten a.g.v de uitvoering van de werkzaamheden ,er worden deskundige met soortspecifieke kennis ingeschakeld om de functionaliteit van het gebied voor de aldaar voorkomende soorten te bepalen bijv. is er sprake van een fourageer gebied of van een migratieroute, betreft het een voortplantings-plaats of winterverblijf en in hoeverre wordt de functionaliteit aangetast door de voorgenomen werkzaamheden en zijn er alternatieven.

 

- Indien er sprake is van mogelijke negatieve gevolgen voor de in het plan gebied voorkomende soorten stellen wij de initiatiefnemer hiervan op de hoogte en verzoeken wij deze aan ons kenbaar te maken of en zo ja hoe deze de negatieve effecten voor de soorten denkt te gaan voorkomen of beperken.

 

- Als de initiatiefnemer gehoor geeft aan ons verzoek toetsen wij de z.g mitigerende maatregelen en maken een inschatting of deze maatregelen voldoende zijn om negatieve effecten voor de in het plangebied voorkomende soorten te voorkomen,hiervoor betrekken wij soortspecifieke deskundigen.

 

- Wanneer blijkt dat negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten brengen wij de initiatiefnemer hiervan op de hoogte en delen wij deze mede dat er mogelijk ontheffingen ex.art.75 dienen te worden aangevraagd en moeten worden verkregen alvorens tot uitvoering van de geplande werkzaamheden te kunnen overgaan, deze ontheffingen dienen te worden aangevraagd bij het Rijksdienst voor ondernemend Nederland R.V.O. Ministerie van Economische Zaken,als negatieve effecten niet kunnen worden voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen en er geen wettelijk belang ten grondslag ligt aan een ontheffings aanvraag kan het project geen doorgang hebben.

 

- Als de initiatiefnemer weigert gehoor te geven aan ons verzoek en er sprake is van een op handen zijnde overtreding van de flora&fauna wet dienen wij een verzoek tot handhaving in bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland R.V.O.,deze beoordeeld vervolgens het verzoek en neemt zonodig maatregelen om een overtreding te voorkomen.

 

- Alle informatie omtrent werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud is te vinden op www.minlnv.nl/loket en www.natuurloket.nl of bel met het lnformatie-loket: 0800-2233322.

 

- Het Ministerie van Economische Zaken is het bevoegd gezag op controle en naleving van de flora&fauna wetgeving.

 

- De stichting controleert ook of er bij evenementen geen negatieve effecten optreden voor de in het wild levende dieren.

 

 

De wet Natuurbescherming

Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe wet Natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt 3 wetten:

De Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora – en faunawet. De wet Natuurbescherming staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van de natuur. Het voorziet in duidelijke en eenvoudige regels ter bescherming van de waardevolle natuur en in minder administratieve lasten.

Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen ( de Vogel-en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet Natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige omgevingswet.

Voor burgers en bedrijven is het belangrijk dat zijn makkelijk en snel weten of een activiteit met mogelijke schade voor de natuur is toegestaan. Enerzijds blijft de gemeente net als voorheen het eerste aanspreek punt voor de aanvraag vaneen omgevingsvergunning. Anderzijds wordt de bevoegdheid om te toetsten aan de Wet Natuurbescherming bij de provincie gelegd.

Andere belangrijke onderwerpen die zijn geregeld worden in de Wet Natuurbescherming, zoals de jacht, de bestrijding van schade door de beschermde wilde dieren en het beheer van populaties daarvan, maar ook de bescherming van natuurgebieden – waarvoor ook de provincies verantwoordelijk zijn.

De Wet Natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de Wet is dat geen schande mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan.

Dit betekend in de praktijk dat het gaat om het effect van uw activiteiten op beschermde soorten. Dikwijls gaan activiteiten en werkzaamheden en de bescherming van de soorten goed samen als u uw werk zo kunt inrichten dat u geen schade toebrengt aan beschermde soorten, dan hoeft u voorafgaand niet te regelen. Soms is het echter onvermijdelijk dat er schade wordt gedaan aan beschermde dieren en planten. In die situatie is het nodig dat u vooraf bekijkt of hiervoor een vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden aangevraagd bij het bevoegds gezag.

Hoe effectief de nieuwe wetgeving in de praktijk zal zijn moet blijken.

Voor verder informatie zie: www.rvo.nl en/of www.rudnhn.nl of www.rudutrecht.nl

 

Copyright © Stichting Flora en Fauna Bescherming Weesp